.


Lieve Tante Henriette,
Ik heb geprobeerd U te schrijven, maar ik ben ziek geweest.Op Uw aanraden heb ik kamille in mijn thee en gember gebruikt en heb ik er van af gezien om suiker te gebruiken.
Bovendien schrok ik er engiszins van terug, want mij is ter ooren gekomen, dat U weer een heldhaftige lezing hebt gehouden en waar de gazet nu over schrijft met veel enthousiasme. Ik kan U niet zo goed volgen; U zegt, omdat ik nog jong ben, en ook beschermd opgevoed, maar in antwoord daarop zeg ik U: Ik kan wel na denken.
Mischien niet zoals U, die met politici en denkers omgaat, en ik leef nog al een teruggetrokken bestaan, omdat mijn gezondheid zwak is en mijn gestel geneigd is tot weemoedigheid.
Ik eindig mijn brief met een knipsel uit een werk waaraan ik bezig ben. Wat vind U er van ? Is het poëzie ?
U eerbiedig groetend,
Adriaan
P.S. Ik heb gewandeld in de bossen en kwam bij een ven met nog nieuwe bloemen in het water. Dat komt natuurlijk omdat het najaar nu nog zo zomers is. Vind U het ook niet mooi ?
.

